


Voor u gelezen Jaargang 1964/65
Bent u ook zo bang voor stipziekte ?
Een der – door aquarium houders – meest gevreesde ziekte is wel de stipziekte. U kunt deze met een der volgende middelen bestrijden:
1 Halamid; 1 gram op 100 liter.water. Tijdens de kuur niet filteren over kool-
2 Sulfamezathine-
3 Aurcomycine; 10 milligram op 1 liter water. Filteren en temperatuur als hierboven.
Eenmaal toedienen is voldoende. Het middel is duur, de vissen, bij voorkeur overbrengen
in een andere bak. Maar voorkomen is beter dan genezen. Om deze vraag te kunnen
beantwoorden, moeten we weten wat stip is en hoe ze ontstaat. Stipziekte of Ichyophterius
is een kwaal, die veroorzaakt wordt door dierlijke parasieten. Deze parasieten zijn
eencellige wezens [organismen] die zich in de huid van de vissen boren en daar een
woekering van de opperhuidcellen veroorzaken. Soms ook wel tussen de opperhuid en
lederhuid. M.a.n het is een diertje dat leeft ten koste van de vis. We zien dan op
het lichaam en vooral op de vinnen, kleine witte stippeltjes [+-
1e Afgestorven visresten. Haal dus u dode visjes uit het aquarium.
2e voedselresten. Voeder matig, doe het liever een keer vaker.
3e Slecht gewassen tubifex,etc.
4e Temperatuur verschillen b.v. bij de aankoop van nieuwe visjes, of het overbrengen van vis van de ene bak naar de andere. Ondoelmatige verwarming van het water, zorg voor de circulatie in uw aquarium.
5e Gaat u in het aquarium werken, b.v. het omzetten van planten, dan wordt de bodem veelal omgewoeld. De eventuele parasieten, die in deze bodem huizen, worden dan opgedwarreld en kunnen zich op de vissen hechten. Op dit gebied moeten we voorzichtig zijn. Dit geldt ook als we “schoon”gewassen zand aanvullen. Hebt u een gezonde en goed onderhouden aquarium dan kan ondanks dat nog stip in de bak komen. En wel door het kopen van visjes,die deze ziekte reeds hebben [beginstadium]. Geef uw ogen dus goed de kost, desnoods met een vergrootglas.
C.Skowronski
Kweken met Colisa Chuna.
Voor ik begin met u iets te vertellen over mijn kweekpoging met de Chuna, wil ik u eerst iets vertellen over mijn eerste belevenissen als aquariaan. In maart 1964 kocht ik mijn eerste aquarium,een bakje van 80x40x40 cm, om iets meer over deze liefhebberij te weten te komen, besloot ik lid te worden van een vereniging. Dank zij de activiteiten van die voorzitter van de A.V.Waterweelde’, sloot ik mij bij deze vereniging aan. Het aquarium had mij meteen al te pakken, want mijn bak stond nog geen maand in huis of er moest al een kweekbak komen. Er was mij geadviseerd, de vrouwgup, die in mijn bak zat te verwijderen daar het anders een guppenbak zou worden.

Zij was zwaar bezet en daar om ging deze gup in de kweekbak. Nu maar afwachten tot er wat gebeuren ging. Op een avond toen ik thuis kwam van mijn werk zag ik dat de gup bezig was met de bevalling. Tijd om te eten was er niet meer, zeker een uur heb ik op mijn knieën voor de bak gezeten. 20 jongen gupjes telde ik. Met deze winst was ik zo gelukkig als een kind. Er moest meer gekweekt worden, maar nu met andere soorten. En nu mijn verslag van een kweekpoging met de Colisa Chuna. Hiervoor nam ik een bakje van 30x20x20 cm. Maakte dit goed schoon en begon met de inrichting. Een bosje planten, eikenbladvarens en vulde het bakje met regenwater tot een hoogte van 15 cm,. Ik bracht de temperatuur op 25 graden. Er werd een stel colisa;s uit de gezelschapsbak gevangen en in het bakje overgezet. Na drie dagen bracht ik de eerste infusie in het bakje. Hoeveel visjes er nu in zitten, kan ik niet bekijken. Dit is niet zo belangrijk. Het voornaamste is, dat het gelukt is en weer iets geleerd te hebben. Mocht het geval zich voordoen, dat u maar een man hebt en de vrouw er niets voor voelt, dan lukt het door het mannetje een dagje eerder in de kweekbak te doen. Hij kent dan het terrein en de vrouw die er daarna in komt, moet naar zijn pijpen dansen. Het jong bloed in het nest wordt door de ouders bewaakt en als de jongelui groot genoeg zijn, gaan zij met pa en ma op stap. Wanneer er gevaar dreigt, gaan de jongen onder de oudere dieren zwemmen. Bij ernstige bedreiging worden de jongen opgehapt en in het nest gespuwd. Ook als het donker gaat worden, zorgen de ouders ervoor dat alle kleintjes weer veilig in het nest komen Het is een fantastisch gezicht zo’n 80a100 jongen van pa en ma te zien overwippen.
W.Reymersdahl.
Februari 2012
Voor u gelezen het verenigingsjaar 1981.
Gezwam van stam………….
Enige opwekkende woorden van de keurmeester die het genoegen had om in 1981 het District
Zuid-
Beste vrienden in de zaal, Staak alstublieft thans uw kabaal, En laat even ongestoord, De bondsvoorzitter aan het woord.
De bondskeurmeester van dit jaar, Is tevens nog een rijmelaar, En in het navolgend gedicht, Zijn ervaringen belicht.
Des donderdags, voor dag en dauw, Vertrok hij naar familie Blaauw, Waar hij, nog niet ontwaakt misschien, verscheen om klokke half tien.
Hij dronk een koffie, praatte wat, Maar toen moest hij gezwind op pad, In de luxe slee van Dhr. Verhoog, Daar zat hij ruim, zacht en droog.
Hij ging er iets moois van maken,( Hoewel keuringslijsten nog ontbraken) En inderdaad die eerste dag, Was het allemaal prachtig wat hij zag.
Dat waren nog maar zeven bakjes, Het ging die dag nog maar makjes, Hij was het district nog lang niet rond, Wist niet wat hem nog te wachten stond.
Kris-
Naar Belgien is hij zelfs gegaan. Daar kon men hem zelfs niet verstaan, Ik wil hiermee maar zeggen dat, Een keurmeester ziet nog eens wat.
Wat heeft de keurmeester gezien ? Het meeste was bijna een tien, De Limburgse aqauaristiek, Verdraagt nog nauwelijks kritiek.
En zou iemand het durven wagen, te kritiseren of te klagen, Dan gaat hij heftig in geweer…….. De bondsvoorzitter weet wanneer………
Hij werd bij het reizen geflankeerd, Door Joep of Hub en altijd Bert, De laatste op de achterbank, Wel mijne heren, daarvoor dank.
Bedankt voor het prettig samenzijn, Uw goede zorgen en voor zijn, Gelegenheid om lang nadien, Er dia’s van te laten zien.
Ook dank aan alle dames en heren, Die onze kelen wilden smeren, Met koffie, fris of sterke drank, Daarvoor nogmaals oprechte dank.
Natuurlijk dank aan Alie Blaauw, Veel complimenten aan die vrouw….., Zij was vier dagen ‘’Hospita’, Wie doet dat op die wijze na ?
Groetjes aan Tanja, Vivian en papa Roel, En verder aan de hele boel, Vrienden, bekende allerhand, Woonachtig in dit mooie land.
;T is allemaal weer gebeurd, Die drieënveertig zijn gekeurd, En; s;zondagsavond, mors kapot, Was hij weer thuis, dat was het
Gegroet het ga u goed.
Bondskeurmeester, Cor Stam.
CYNOLEBIAS ALEXANDRI.
Dit is een Zuid-
want dat zou hun leven verkorten. Een temperatuur van rond de 18 c is aan te raden
lager zal ook echt niet schaden. De levenscyclus is ongeveer 6 tot 8 maanden, in
deze tijd moeten ze volwassen worden en zich voortgeplant hebben. In de drogen periode
worden de eitjes afgezet en de volwassen exemplaren sterven,de eitjes óverzomeren’
dan in vochtige grond en ontwikkelen zich tot embryo;s, vast ingepakt in een dikke
schil, de eitjes hebben een doorsnede van 1,3 mm. Enkele uren nadat de regen is
gevallen, begint een nieuwe levenscyclusCynolebias-
Voor u gelezen het verenigingsjaar 1983
Aquarium houden……. Ja gezellig
Aquarium houden in onze moderne tijd is geen probleem meer. Maar toch is de mens nog nooit zo eenzaam geweest. Men kent zijn eigen buurman niet eens meer, dit door het feit dat onze samenleving gebaseerd is op individualisme en eigenbelang. Men stopt de mens in overvolle stede en in grote buildings. Men verplicht ons om jachtig te leven zodat we tijd te kort komen voor anderen en voor elkaar . Men wil ons dwingen te leven in het systeem van ik ben de beste’. Deze en andere zaken zijn er de oorzaak van dat wij ons eenzaam en onrustig voelen. Hier kan een aquarium de oplossing zijn. A.V.Waterweelde kan er toe bijdragen een glimp van geluk en een glimlach te bezorgen aan hen die het nodig hebben, dit om ons jachtig leven, onze menselijke problemen en onze eenzaamheid even te vergeten. Zowel rijk als arm, intellectueel of niet, samen hand in hand moeten wij vechten voor onze rechten, hierbij mogen wij niet vergeten EENDRACHT MAAKT MACHT’. Want aquarium houden is toch wel gezellig.
L.Alberts.
AL TE REDELIJK
Er zijn aquarianen die er een eigenaardige manier van denken op na houden. Alles
wat niet gemeten, gewogen, bewezen of in een reageerbuisje onderzocht kan worden
beschouwen zij als niet werkelijk. Maar als wij even om ons heen kijken dan zien
wij dat aquarianen niet alleen kunnen denken, redeneren of onderzoeken,ze kunnen
voelen, bewonderen, dromen, fantaseren……….. Ze hebben behoefte om met andere aquarianen
op te trekken of met hem of haar verbonden te zijn. De aquariaan wordt aquariaan
aan en door en met zijn mede aquariaan. En die aquarianen kun je niet alleen maar
bereiken door denken en beredenerend werk. Je moet gewoon die ophaalbrug van je eigen
egoïstische gewichtigheid laten zakken en de medeaquariaan uitnodigen om over de
brug te komen, onverschrokken en onbevangen. Als in de andere aquariaan alleen maar
wil grijpen en niet wil begrijpen, dan zal die aquariaan zich gemakkelijk aan die
bezetting en overheersing ontrekken. Een aquariaan moet niet alleen doen, er moet
ook aan hem gedaan worden. Een aquariaan zijn maak je niet, het over komt je, het
gebeurt. En het gevaar is groot dat een aquariaan die zegt alleen te geloven in wat
hij ziet en kan bewijzen, dat zo;n aquariaan terecht komt in een hobby-
L.Alberts.
Geelbandgrondel [brachygobius runus]

Dit visje, bij de meeste aquarium liefhebbers beter bekend onder de naam ‘Bijtje’,
vanwege zijn enigszins gelijken op een bij, is afkomstig van het Maleise Schiereiland
en de Grote Soenda-
Hij komt hier voor in de laaglandwateren dicht onder de kust, tot zelfs in de brakwaterzone.
Hieruit volgt meteen een eerste vereiste bij het houden van dit visje nl., wat zout
aan het water toegevoegd. Gooit u liever geen keukenzout [nooit jozo-
Beschrijven hoef ik ons BIJTJE’ wel niet daar de meeste hem wel kennen of anders spreekt de kleurenfoto wel voor zich zelf. Het enigste wat ik wil aantippen is, dat de buikvin midden,echter dwars onder de buik geplaatst is en enigszins rond, kegelvormig te buigen is zodat de visjes zich hiermede gemakkelijk aan ruiten en planten vast kunnen houden. Als we verder nog even naar het verlanglijstje , van ons’’BIJTJE; kijken dan valt ons zijn voorliefde voor warmte op, namelijk 25tot 30 graden. Een nachtelijke afkoeling tot 20 graden kunnen ze echter best verdragen. Nog iets interessants is, dat het mannetje tijdens het paringsspel bijna geheel goudgeel wordt. Eitjes worden graag tegen de onderkant van platte stenen afgezet, dus iemand die een kweekje wil proberen moet ook hiervoor zorgen. Voor diegene die nog meerdere bijzonderheden wil weten, verwijs ik naar de volgende literatuur;

Hoedeman’s Aquariums-
Kleurenpracht in het aquarium
TH.Abbenhuis.