Deel 2.

 

Hoe werd ik aquariaan of oot

 

Inmiddels 3 jaar later, 1955 en verhuisd van Heerlen Centrum naar Heerlerheide. Mijn aquarium ging ook mee en kon in de garage van mijn vader zetten.

 Daar stond een regenton, waarin hij kroeskarpertjes deed die hij in Dentgenbach ving en bestemd waren voor te gaan snoeken.

Levend aas, ik vond dit best wel hard en heb hem gevraagd of ik er een stuk of 10 mocht hebben. Dit was goed. Ik heb ze in mijn aquarium

gedaan en ik dacht, zo die heb ik mooi gered want ze werden niet gebruikt als levend aas.

Volgens mijn vader waren ze sterk en konden ze tegen een stootje en waren zodoende geschikt om mee te snoeken.

Nou dat ze sterk waren en tegen een stootje konden dat heb ik gemerkt, het leken wel bulldozers in het aquarium. Ze woelden de planten

uit de bodem op zoek naar eten.

Zelfs de planten aten ze op.

Het enigste waterplantje dat nog enigszins kon weerstaan was waterpest. Hier was namelijk voldoende aan te komen bij de steenberg van

 de Oranje Nassau mijn 3. Er was daar een sloot met planten, kikkers, vissen en salamanders (hier kom ik in een later stuk nog op terug.)

Mijn kroeskarpertjes heb ik ongeveer drie jaar gehad en inmiddels waren ze een centimeter of vijfentwintig en heb ik ze terug gebracht

 naar de visvijver bij de Oranje Nassau 3

Wordt vervolgd Roel.

 

 

 

 

Terug naar onze leden